#

Normen en richtlijnen

Wij zijn actief op een gereguleerde wereldmarkt in vele landen. Als gevolg daarvan moeten wij rekening houden met normeringen die per land of regio sterk kunnen verschillen.
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.
#
#

Normen en richtlijnen

Alle informatie over de geldende normen

Filter
Standards

EN ISO 20344: TESTEN VOOR VEILIGHEIDSSCHOENEN

Deze norm bepaalt de algemene eisen voor veiligheidsschoenen beschermend schoenen en werkschoenenvoor beroepsmatig gebruik. Deze norm kan enkel samen met de normen EN ISO 20345 en EN ISO 20347 toegepast worden, aangezien deze eisen aan schoenen stellen gebaseerd op specifieke risico’s.

EN354 VALLIJN

Verbindingselementen of deel uitmakend van een systeem. Een vallijn kan bestaan uit een touw uit synthetische vezels, een metalen kabel, een band of een ketting.

OPGELET: Een vallijn zonder energie absorber mag niet gebruikt worden als valstopsysteem.

OVERIGE HOMOLOGATIES (BUITEN DE EUROPESE UNIE)

Bepaalde van onze producten zijn gehomologeerd volgens de normeringen van meerdere landen.
Deze producten (en/of hun verpakking) dragen de volgende markering:

USA

logo ansi



 

Argentinië

 

 

 

logo standards argentina


 

Brazilië

 

 

 

 

CA

China

 

 

UK standards
Canada


 
Ukraïne
 
Euraziatische Economische
Unie (Rusland, Wit-Rusland en
Kazachstan)

 

Verenigd Koninkrijk

 

 

picto UKCA


 
Mexico


 

 

DE KLASSERING

In functie van de graad van het gedekte risico definieert de verordening de categorieën van PBM’s en legt de verschillende verplichtingen vast voor de fabrikant:
• PBM van eerste categorie : Bescherming tegen minimale risico’s.
• PBM van categorie 2 : Alle PBMs die niet van categorie 1 of 3 zijn.
• PBM van categorie 3 : Bescherming tegen risico’s met invaliditeit of dood tot gevolg.

EN14387 : gas- en combinatiefilters

Deze norm bevat laboratoriumproeven om de conformiteit te controleren van de stootbestendigheid, temperatuursweerstand, vochtigheidsweerstand, weerstand tegen corrosieve omgevingen en de mechanische en ademhalingsweerstand.

EN136 : volgelaatsmaskers

De norm omvat de proeven betreffende de temperatuursweerstand, stootbestendigheid, vlambestendigheid, thermische stralingsbestendigheid, trekvastheid, bestendigheid tegen reinigingsmiddelen en desinfectie. Bovendien moet er zichtbaar een markering en een informatieblad van de producent bestaan.

Europese richtlijn : verplichtingen van de eindgebruiker

89/391: Identificeren en evalueren van de risico’s, treff en van preventie- en beschermingsmaatregelen, informeren van de werknemers.

 

2004/37: Risico’s verbonden aan de blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene stoff en: identifi ceren van de gevaren, «maximale blootstellingswaarde », ademhalingsbescherming.

 

89/656: Kiezen en gebruiken van de geschikte PBM, informeren en opleiden van de gebruikers, nazicht en vervangen van de PBM indien nodig.

EN140 : half- en kwartmaskers

Deze norm betreft de testmethoden voor de bestendigheid tegen stoten, reinigingsmiddelen en desinfecteermiddelen, temperatuur, open vuur en ademhalingsweerstand.

EN148-1 : standaard schroefaansluiting

Deze norm bepaalt het standaard aansluitsysteem waarmee de fi lters op het volgelaatsmasker worden aangesloten.

EN405 : filter gelaatsstukken uitgerust met kleppen en gas- of combinatiefi lters

Deze norm bepaalt de testen betreff ende de duurzaamheid en de weerstand tegen slijtage, stootbestendigheid, vlambestendigheid en ademhalingsweerstand.

EN143 : deeltjesfilters

Deze norm betreft de stootbestendigheid, temperatuursweerstand, vochtigheidsweerstand, bestendigheid tegen corrosieve omgevingen en de mechanische en ademhalingsweerstand.

EN149 : filter gelaatsstukken

Deze norm betreft de testmethoden voor de bestendigheid tegen stoten, reinigingsmiddelen en desinfectiemiddelen, temperatuur, open vuur en ademhalingsweerstand.

DE VERORDENING (EUROPESE UNIE)

De EU verordening 2016/425 legt de eisen vast voor de ontwikkeling en de vervaardiging van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) teneinde deze op de markt te brengen met als doel de gezondheid
en de veiligheid van eindgebruikers te garanderen. Fabrikanten die conform deze eisen van de verordening producten vermarkten, mogen dan ook de CE markering op hun PBMs aanbrengen. Deze EUverordening
2016/425 vervangt sinds 21/4/2018 de EEG-richtlijn 89/686.

EN397 : Industriële veiligheidshelm

VERPLICHT

Inslag *: kracht die wordt overgebracht aan het hoofd van de pop mag niet groter zijn dan 5 kN bij de val van een voorwerp van 5 kg vanaf 1 m hoogte. De energie als het voorwerp bij de test op de helm valt, bereikt 49 J.

Doordringbaarheid*: de punt van de massa die bij de test wordt gebruikt (3 kg op 1 m) mag niet in contact komen met de schedel.

Brandbaarheid: de helm mag niet meer dan 5 s branden met uitstraling van vlammen na het terugtrekken van de vlam.

* De inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +50°C en -10°C.

FACULTATIEF

Bij extreme temperaturen: de inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +150°C en -20°C of -30°C. Beschermt tegen een toevallig contact van korte duur met een geleider van elektriciteit onder spanning die 440 VAC kan bereiken. Beschermt tegen laterale compressie. De laterale compressie van de helm moet ≤ 40 mm zijn Bestendigheid tegen het spatten van gesmolten metaal.

DE NORMALISERING

Het doel van de normalisering is om testmethodes uit te werken en eisen te stellen onder de vorm van normen die de technische specificaties van de produkten definiëren. Bepaalde van deze normen,
hoofdzakelijk verwijzend naar producteisen, zijn geharmoniseerd in de EU Verordening 2016/425. Het respecteren van deze geharmoniseerde normen geeft blijk van conformiteit aan de eisen van de EU
Verordening 2016/425.

EN458 : Gehoorbescherming

Aanbevelingen over selectie, gebruik, onderhoud en voorzorgsmaatregelen.

EN352

EN352 : Veiligheidseisen en testmethoden.

• EN352-1 : Gehoorkappen.

• EN352-2 : Oordoppen.

• EN352-3 : Aan werfhelmen bevestigde gehoorkappen.

• EN352-4 : Gehoorkappen met demping naar gelang het niveau.

• EN352-6 : De gehoorkappen met audio-ingang.

• EN352-8 : De gehoorkappen met audio-ingang (ontspanning). Deze normen leggen de eisen vast wat betreft de bouw, het ontwerp en de prestaties en de testmethoden. Ze schrijven voor hoe technische informatie ter beschikking moet worden gesteld.

EN50365 : Elektrisch isolerende helmen voor gebruik bij laagspanningsinstallaties

VERPLICHT

isolerende helmen voor gebruik bij laagspanningsinstallaties

 

VERPLICHT

 

Elektrisch isolerende helmen voor gebruik op of dicht bij installaties onder spanning die niet groter is dan 1000 VAC of 1500 VDC (elektrische klasse 0). Als deze helmen gebruikt worden samen met andere beschermingsmiddelen die elektrisch isolerend zijn, vermijden ze dat gevaarlijke stroom het hoofd van mensen bereikt. Deze facultatieve tests voor elektrische isolatie zijn strenger dan die van de norm EN397 en ze vullen deze testen aan. (markering van de 2 driehoeken klasse 0).

EN ISO 11612

BESCHERMENDE KLEDING VOOR HITTE EN VLAMMEN

Deze norm definieert de prestatie-eisen van de materialen en kleding die tegen hitte en vlammen beschermen. Ze zijn van toepassing op de kledingstukken die van soepele materialen zijn gemaakt en die ontworpen zijn om het menselijk lichaam, met uitzondering van de handen, te beschermen tegen hitte en/of vlammen.

Zijn getest :

PROEF Code PERFORMANTIES
Beperkte vlamverspreiding A A1 en/of A2
Convectiewarmte B B1 tot B3
Stralingswarmte C C1 tot C4
Spatten van gesmolten aluminium D D1 tot D3
Spatten van gesmolten smeedijzer E E1 tot E3
Contactwarmte F F1 tot F3

 

MAIVE2
EN ISO 11612

A1 A2 B1

C1 E3 F1

EN ISO 27065 - BESCHERMKLEDIJ VOOR MENSEN DIE WERKEN MET VLOEIBARE PESTICIDES

Beschermkledij van C1 niveau is geschikt voor een relatief laag risico. Deze biedt een minimale bescherming en is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met hoge concentraties. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.


Beschermkledij van C2 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij niveaus waar een hogere concentratie ervoor zorgt dat een C1 niveau niet meer voldoende beschermt. Deze kledij zorgt meestal nog voor een goed evenwicht tussen bescherming en werkcomfort. Deze kledij is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met een hoge concentratie. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.


Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij een hoog risico. Deze pakken van niveau C3 vereisen een aantal voorzorgsmaatregelen, zoals een beperkte gebruiksduur, omdat bij lang gebruik een risico ontstaat van verhitting, uitputting en thermische stress. Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is geschikt voor werken met verdunde pesticides alsook geconcentreerde pesticides.


Het is noodzakelijk het risico te evalueren op basis van de toxiteit van het fytosanitair product (zie de bijsluiter bij het product) in combinatie met de blootstellingsgraad van de gebruiker. Bijvoorbeeld : het is al snel duidelijk dat het risico veel groter is bij een verspreiding in de lucht vanuit de aanhanger van een tractor met open cabine dan wanneer de operator werkt met een manuele verstuiver en gericht kan verstuiven.

EN 14058

BESCHERMENDE KLEDING TEGEN KOUDE KLIMATEN

Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethodes van kledingartikelen (vesten, jacks, jassen, broeken).

Deze kledingstukken worden gebruikt bij matige koude (-5°C en meer) ter bescherming tegen plaatselijke afkoeling van de huid en niet alleen voor buitenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de bouw, maar zij kunnen ook gebruikt worden voor binnenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de levensmiddelenindustrie. Het is in deze gevallen niet altijd noodzakelijk dat de kleding van waterdichte of waterafstotende stof gemaakt is.


De overeenkomstige eis is daarom optioneel in de huidige norm.

X : Thermische weerstandsklasse, Rct

X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP

X : /cler van het kledingartikel (Optioneel)

X : Van het kledingartikel (Optioneel) WP (Optioneel)

 ALASKA3


 
EN14058

2

2

0,221 m². K/W

X

 

 

 

 

 

 

Isolatie I cler
M².K/W
Gebruiker rechtstaand, zich niet verplaatsend, 75 W/m²
Air speed
0.4 m/s 3 m/s
8h 1h 8h 1h
0.170 21 9 24 15
0.265 13 0 19 7
0.310 10 -4 17 3

 

EN 17353

UITRUSTING VOOR BETERE ZICHTBAARHEID BIJ SITUATIES MET GEMIDDELD RISICO

Deze norm legt de eisen vast voor uitrustingen die de zichtbaarheid van de gebruiker verhogen en die kunnen bestaan uit kledij of andere mechanismes die ervoor zorgen dat de aanwezigheid van de eindgebruiker visueel versterkt wordt.

Toepassingen zijn bij laag en gemiddeld risico in alle gevallen met daglicht en/of bij verlichting door autolichten of andere verlichtingen in duisternis. Deze norm geldt niet voor high visibility uitrustingen in situaties met hoog risico die door de EN ISO 20471 gedekt zijn.

TYPE A TYPE B TYPE AB

Dag

Duister

Daglicht, schemerlicht en
duisternis

Uitrustingen die een
reflecterend materiaal
gebruiken.
Uitrustingen die een
retroreflecterend materiaal
gebruiken.
Uitrustingen die een reflecterend en een
retroreflecterend materiaal gebruiken of
een combinatie van beide.
  B1 (vrij hangend)  
B2 (op de ledematen) AB2
B3 (op lichaam of op lichaam en ledematen) AB3

 

Minimale oppervlakte in m² voor type B1 en B2 :

  B1 B2
Reflecterend materiaal 0,003 0,018

 

Minimale oppervlakte in m² voor type A, B3 en AB :

  A B3 AB A B3 AB
Grootte h van de gebruiker h < 140 cm h > 140 cm
Reflecterend materiaal 0,14 - 0,14 0,24 - 0,24
Retroreflecterend materiaal - 0,06 0,06 - 0,08 0,08
Gecombineerd materiaal - - 0,14 - - 0,24

 

EN1073-2 BESCHERMENDE KLEDING - TEGEN RADIOACTIEVE BESMETTING

Deze norm bepaalt de eisen en testmethodes van niet geventileerde beschermende kleding tegen radioactieve besmetting in de vorm van deeltjes.

Kleding van dit type wordt ontworpen om alleen het lichaam en de armen en benen van de drager te beschermen, maar kunnen worden gebruikt met accessoires die andere delen van het lichaam van de drager beschermen (bijvoorbeeld laarzen, handschoenen, ademhalingsbeschermingsapparatuur).

De kleding wordt geklasseerd volgens haar nominale beschermingsfactor (verhouding tussen de concentratie van testdeeltjes in de atmosfeer en de concentratie van testdeeltjes binnen de kleding), meer bepaald de totale doorlaatbaarheid naar binnen (verband tussen concentraties van test deeltjes binnen de kleding en binnen de testkamer).

De volgende klassen worden onderscheiden:

KLASSE NOMINALE BESCHERMINGSFACTOR
3 500
2 50
1 5

 

EN342 - BESCHERMENDE KLEDING TEGEN KOUDE

Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethoden van beschermende kleding tegen koude bij temperaturen lager dan - 5°C (personen werkzaam in koelruimtes/extreme koude).


Er worden twee kledingtypes onderscheiden:


Kledingartikel: dat een gedeelte van het lichaam bedekt, bijv. parka’s, jacks, jassen.
Kledingensemble: dat het volledige lichaam bedekt (romp en benen) bijv. overall, parka & tuinbroek.


X (onderkleding B/C/R) : /cler van het kledingstuk
X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP
X : Waterdoorlaatbaarheidsklasse WP (Optioneel)

NORDLAND


 
EN342

0,358 m².K/W (B)

3

X

 

Isolatie
I cler
M².K/W
Gebruiker in beweging tijdens een activiteit
Licht
115 W/m²
Gemiddeld
170 W/m²
Luchtsnelheid
0.4 m/s 3 m/s 0.4 m/s 3 m/s
8u 1u 8u 1u 8u 1u 8u 1u
0.265 3 -12 9 -3 -12 -28 -2 -16
0.310 -2 -18 6 -8 -18 -36 -7 -22
0.390 -9 -28 0 -16 -29 -49 -16 -33
0.470 -17 -38 -6 -24 -40 -60 -24 -43
0.540 -24 -45 -11 -30 -49 -71 -32 -52
0.620 -31 -55 -17 -38 -60 -84 -40 -61

 

EN ISO 374-5 TEGEN DE GEVAREN VAN MICROORGANISMEN

De norm EN ISO 374-5 gaat over de eisen en testmethodes voor veiligheidshandschoenen die bedoeld zijn de gebruiker te beschermen tegen micro-organismen (schimmels en bacteriën, virussen optioneel).

Doordringen van schimmels en bacteriën (getest volgens de norm EN374-2): test waarmee wordt nagegaan of er geen lucht en water door de handschoen komt.

Doordringen van virussen (getest volgens de methode B van ISO 16604): proces waarmee de weerstand wordt bepaald tegen het doordringen van pathogenen die door het bloed worden overgedragen.

– Testmethodes waarbij de bacteriofaag Phi-X174 wordt gebruikt.

Volgens het type zal de handschoen één van de onderstaande pictogrammen rijgen:

 

 

Toepassingsvoorbeelden:

Het gebruiksdomein is bepalend want naargelang het geval moet de handschoen eventueel meerdere eigenschappen combineren om te voldoen aan de nodige eisen voor bescherming. Het is dus heel belangrijk na te gaan wat de aanbevolen gebruiksdomeinen zijn en de resultaten te bekijken van de testen die in een laboratorium zijn uitgevoerd en die u in de gebruiksaanwijzing vindt. Het is echter aan te bevelen na te gaan of de handschoenen geschikt zijn voor het gebruik dat u ze gaat geven door ze eerst zelf te testen, want de omstandigheden op de werkplek kunnen anders zijn dan die tijdens onze test, naargelang de temperatuur en de mate van slijtage en degradatie.

ISO 18889 TEGEN DE GEVAREN VAN PESTICIDES

De norm ISO 18889 legt de eisen vast voor veiligheidshandschoenen bij het werken met pesticides voor landbouwers en voor seizoensarbeiders.

De handschoenen klasse G1 voldoen bij een relatief laag risico. Ze zijn niet geschikt voor het werken met pesticides met een hoge concentratie noch bij mechanische risico’s. Dit type handschoenen zijn meestal wegwerphandschoenen.

Handschoenen klasse G2 kunnen gebruikt worden bij een aanzienlijk en hoger risico, dat zowel voor verdunde pesticideconcentraties als hoge concentraties. Deze handschoenen klasse G2 voldoen ook aan een minimale mechanische weerstand en kunnen dus ook bij werkzaamheden worden ingezet waar een minimale mechanische bescherming vereist is.

Handschoenen klasse GR beschermen enkel de palm van de hand en zijn geschikt voor werknemers die een risico lopen op contact met opgedroogde resten of deels opgedroogde resten van pesticides die nog op de oppervlaktes van de planten aanwezig zijn bij het oogsten of nabehandelen van de planten.

EN16350 : ELECTROSTATISCHE EIGENSCHAPPEN

De EN16350 norm legt bijkomende eisen vast voor veiligheidshandschoenen die gebruikt worden in omgevingen met een risico op ontvlambare stoffen of explosieven.

Overige elektrostatische eigenschappen kunnen worden gedefinieerd via de EN1149-1 (vastgestelde elektrostatische weerstand langs de oppervlakte van een materiaal) of de EN1149-3 (verzwakken van de spanning), maar die zijn niet voldoende om de handschoenen te evalueren op hun performantie om electrostatische spanning te verminderen.

EN 169

Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaal verhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bestemd om werknemers te beschermen tegen lasrisico’s en aanverwante. Specificaties en relatieve vereisten aan lasfilters met dubbele schaalnummering.

EN 166

Deze norm is van toepassing op alle typen persoonlijke oogbeschermingsmiddelen tegen gevaren die het oog zouden kunnen beschadigen, met uitzondering van nucleaire straling, röntgenstraling, laserstraling en infrarode straling van lage temperatuur bronnen. Niet van toepassing op oogbeschermers waarvoor aparte normen bestaan (antilaser oogbeschermer, algemeen gebruikte zonnebrillen, enz.)

EN ISO 10819 VERMINDEREN VAN DE EFFECTEN DOOR TRILLINGEN

De norm EN ISO 10819 legt de eisen vast van de performanties van de veiligheidshandschoenen om trillingen te reduceren. Hierbij gelden zowel eisen qua dikte als qua uniformiteit van het materiaal dat de trillingen moet opvangen. Dit type handschoenen reduceert gezondheidsrisico’s door trillingen doorgegeven via de handen, maar elimineert deze niet. De factor waarmee de trillingen worden doorgegeven binnen een bandbreedte van 25 tot 200Hz moet 0.90 zijn of lager. Bij metingen binnen een bandbreedte van 200 tot 1250Hz moet de factor 0.60 zijn of lager.

EN379

Specificaties van de vereisten voor automatische lasfilters, dat wil zeggen lasschermen met een automatische variatie van de overdrachtsfactor. Deze schermen dienen de lassers te beschermen bij het lassen en bij het uitvoeren van aanverwante technieken.

EN 170

Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaalverhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bij risico’s van ultravioletstraling.

EN 172

Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaalverhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bij risico’s van blootstelling aan direct zonlicht, industrieel gebruik.

EN12477 RISICO’S BIJ LASSEN

Vereisten en testmethoden voor handschoenen die gebruikt worden voor handlassen en snijbranden van metalen en verwante technieken. Lashandschoenen worden in twee typen ingedeeld : B wanneer een grote vingergevoeligheid (bijvoorbeeld bij TIG-lassen) is vereist en A voor andere lastechnieken.

EN1731

Specificaties van materialen, ontwerp, performance en testmethodes voor oog- en gelaatsbescherming van het type “raster”, industrieel gebruik.

EN421 TEGEN DE GEVAREN VAN IONISERENDE STRALEN EN RADIOACTIEVE VERVUILING

Deze norm legt de eisen vast voor de veiligheidshandschoenen gebruikt in omgevingen met risico op ioniserende straling of omgevingen met radioactieve stoffen.

Een handschoen die beschermt tegen radioactieve vervuiling moet vloeistofdicht zijn volgens de norm EN374-2.

Een handschoen die beschermt tegen ioniserende straling moet, naast het vloeistofdicht zijn volgens EN374-2, ook nog een bepaalde hoeveelheid zware metalen bevatten zoals lood.

EN 175

Specificaties van veiligheidsvereisten voor beschermingsuitrustingen voor ogen en gezicht bij het lassen en aanverwante technieken (monturen/filterhouders).

EN362 VERBINDINGSMIDDELEN

Verbindingselement of element deel uitmakend van een systeem. Een verbindingselement kan een karabijnhaak zijn of een haak.
Classe A: Verankeringsconnector, met automatische sluiting, gebruikt als component en ontworpen om direct aan een specifiek
verankeringssysteem bevestigd te worden.
Classe B: Basisconnector met automatische sluiting, gebruikt als component.
Classe M: Basisconnector voor meervoudig gebruik, met schakelsluiting, gebruikt als component, kan belast worden afhankelijk
van de grote of de kleine as.
Classe Q: Connector met schakelsluiting, gebruikt voor permanente of lange termijn toepassingen, karabijnhaak met schroef. Als
dit deel eenmaal vast geschroefd is, wordt het een dragend deel van de connector.
Classe T: Connector met afgewerkt uiteinde, met automatische sluiting, ontworpen als element van een subsysteem voor het
zodanig bevestigen dat de druk in een vooraf bepaalde richting wordt uitgevoerd..

EN355 ENERGIE ABSORBERS

Onderdeel van een valstopsysteem, die de valstop in alle veiligheid garandeert, door de kracht van de schok te verminderen.
OPGELET : wanneer een leeflijn wordt gebruikt bij een energie-absorber mag de totale lengte van het geheel niet meer zijn dan 2 m.

EN363

Beschrijft de artikelen en de situaties voor individuele bescherming tegen valrisico’s.

EN795 2012 VERANKERINGSMIDDELEN

Element waaraan een valbeveiligingssysteem kan worden vastgemaakt. (Norm die op dit moment wordt aangepast).
TYPE A - GEEN PBM: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar een structurele verankering voor nodig is.
Type B: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar geen structurele verankering voor nodig is.
Type C - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een flexibele ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type D - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een starre ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type E: Verankeringssysteem voor oppervlakken met een helling tot maximaal 5°.

EN364 TESTMETHODEN

Beschrijft de toestellen en de testmethodes voor PBM tegen valrisico’s.

EN353-1 MOBIELE VALBEVEILIGING OP EEN VASTE LEEFLIJN

Systeem samengesteld uit een mobiele en automatische valstop vast op zijn support (rail of kabel). Een schokabsorber kan in het geheel zijn ingewerkt.

EN353-2 VERPLAATSBARE VALBESCHERMING OP FLEXIBELE LEVENSLIJN

Systeem bestaande uit een verplaatsbaar valstopapparaat met zelfremmende werking vast aan zijn flexibele levenslijn (touw, kabel…). Een energieverdelingselement kan worden ingewerkt in het geheel.

EN365 ALGEMENE VEREISTEN VOOR DE GEBRUIKSAANWIJZING EN HET MARKEREN

Beschrijft de markeringen en de informaties (gebruiksaanwijzing) op of bij de PBM tegen valrisico’s.

EN ISO 374-1 GEVAREN VAN MICROORGANISMEN EN CHEMISCHE RISICO’S

Norm EN ISO374-1 gaat over de eisen voor veiligheidshandschoenen die dienen om de gebruiker te beschermen tegen gevaarlijke chemische producten.

Doordringbaarheid (getest volgens de norm EN374-2): Verspreiding, op niet-moleculair niveau, van een chemische stof en/ of een microorganisme via de poriën, naden, microgaatjes of andere imperfecties die voorkomen in het materiaal van de veiligheidshandschoenen.

Degradatie (getest volgens norm EN374-4) : Bepaling van de fysieke bestendigheid van de materialen tegen degradatie na permanent contact met gevaarlijke, chemische producten.

Doorlaatbaarheid (getest volgens de norm EN374-3 of EN16523): Proces via welk een chemisch product zich op moleculair niveau kan verspreiden door het materiaal van veiligheidshandschoenen heen via continu contact.

De EN ISO versie van norm EN374-1, introduceert beschermingstype 3 tegen doorlaatbaarheid van chemische producten:

- Type A: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor zes testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

- Type B: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor drie testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

- Type C: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 1 voor 1 testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

 

LETTER

CODE

CHEMICAL PRODUCT N°CAS
A Methanol 67-56-1
B Acetone 67-64-1
C Acetonitrile 75-05-8
D Dichloromethane 75-09-2
E Carbon disulfide 75-15-0
F Toluene 108-88-3
G Diethylamine 109-89-7
H Tetrahydrofurane 109-99-9
I Ethyl acetate 141-78-6
J n-Heptane 142-82-5
K Caustic soda 40 % (NaOH or sodium hydroxide) 1310-73-2
L Sulphuric acid 96 % 7664-93-9
M Nitric acid 65% 7697-37-2
N Acetic acid 99% 64-19-7
O Ammonium hydroxide 25% 1336-21-6
P Hydrogen peroxide 30% 7722-84-1
S Hydrofluoric acid 40% 7664-39-3
T Formaldehyde 37% 50-00-0

 

PASSAGE TIME MEASURED (MN) PERFORMANCE INDEX TO
PERMEATION
> 10 mn 1
> 30 mn 2
> 60 mn 3
> 120 mn 4
> 240 mn 5
> 480 mn 6

 

 

EN407 THERMISCHE RISICO’S - HITTE EN VUUR

Norm EN407 bepaalt de testmethoden, de algemene vereisten, de thermische prestatieniveaus en de markering van beschermingshandschoenen en hun manchet tegen hitte en/of vuur. De norm is van toepassing op alle handschoenen die handen moeten beschermen tegen hitte en/ of vlammen in de volgende vorm(en) : vuur, contactwarmte, convectiewarmte, stralingswarmte, kleine hoeveelheden spetters van gesmolten metaal of grote hoeveelheden spetters van smeltend metaal.

 

Indien het product weerstand biedt tegen ontvlambaarheid, zal bij het product het volgende pictogram vermeld worden                                                                                                          


Als er geen weerstand is tegen ontvlambaarheid (0 of X), dan vermelden we het pictogram      

 

PERFORMANCE LEVEL CONTACT
TEMPERATURE °C
THRESHOLD TIME
(second)
1 100° C  ≥ 15 s
2 250° C  ≥ 15 s
3 350° C  ≥ 15 s
4 500° C  ≥ 15 s

EN ISO 21420 ALGEMENE EISEN

Referentienorm die niet alleen kan worden gebruikt, maar uitsluitend samen met een andere norm die eisen bevat over de beschermingsprestaties.

• Onschadelijk zijn (pH, chroom-VI gehalte, enz.).

• Maatschema’s volgen (zie onderstaande tabel).

• Beoordelen van de tastzin, het ademend karakter en het comfortniveau.

• Voldoen aan voorschriften inzake markering, informatie, identificatie.

 

 

SIZES AS PER STANDARD EN ISO 21420
Glove size Palm circumference
(mm)
Length (mm)
6 152 160
7 178 171
8 203 182
9 229 192
10 254 204
11 279 215
12 304 226

 

GENORMALISEERDE ETIKETTERING/IDENTIFICATIE
Elke beschermende handschoen moet duidelijk geïdentificeerd zijn door zijn genormaliseerd
etiket, waarop u de volgende informatie vindt :
• Het logo van ons merk.
• De productreferentie of de commerciële naam.
• De maat.
• Een aanduiding dat een gebruiksaanwijzing beschikbaar is bij het artikel.
• Het/de normalisatiepictogram(men) met bijbehorende prestatiecijfers.
• Het lotnummer
en/of
productiedatum.
• Als van toepassing, de vervaldatum.

EN511 THERMISCHE RISICO’S - KOUDE

Norm EN511 definieert de vereisten en testmethoden voor handschoenen die beschermen tegen koude die door convectie en geleiding wordt overgedragen tot -30°C (optioneel tot -50°C). Deze koude kan verband houden met weersomstandigheden of met een industriële activiteit.

Bij het selectieproces van een handschoen voor bescherming tegen kou moet rekening worden gehouden met meerdere parameters zoals de omgevingstemperatuur, de gezondheid van de persoon, de duur van de blootstelling, het activiteitenniveau etc.

PERFORMANCE
LEVEL
   INTENSE  AVERAGE
ACTIVITY
SLOW ACTIVITY
1 -10°C ≤ T < 0°C    
2 -30°C < T  0°C ≤ T < 10°C  
3   -15°C < T  5°C < T
4   -30°C < T  -10°C < T

EN361 VALHARNAS

Bevestigingsmiddel voor het lichaam, bestemd om het vallen te stoppen. Het valharnas kan bestaan uit riemen, gespen en andere elementen ; op gepaste manier opgesteld en afgesteld op iemands lichaam, om hem te kunnen tegenhouden tijdens, alsook na de val.

EN358 GORDELS EN POSITIONERINGSLIJNEN

Een werkpositioneringssysteem bestaat uit elementen (gordel en werkpositioneringslijn), aan elkaar verbonden om een complete uitrusting te vormen.

EN360 VALBEVEILIGING MET AUTOMATISCHE RAPPEL

Valstopsysteem met een automatische blokkage-functie en een systeem met automatische spanning en “rappel” voor de lijn. Een energieverdelingselement kan worden ingewerkt in de valbescherming.

EN ISO 20471

SIGNALISATIEKLEDING

Deze norm definieert de kenmerken waaraan de beschermende kleding die tot doel heeft de aanwezigheid van de gebruiker zichtbaar te maken, moet voldoen, opdat deze gedetecteerd en goed gezien kan worden bij gevaarlijke situaties, onder alle lichtomstandigheden, overdag en ‘s nachts bij het licht van koplampen. Er bestaan drie klassen signalisatiekleding.

Elke klasse dient minimale oppervlakken te hebben van zichtbaar materiaal waaruit de kleding
bestaat, hoe hoger de klasse is hoe beter zichtbaar de kleding is:

  KLASSE 3 KLASSE 2 KLASSE 1
Basismateriaal (fluorescerend) 0,80 m² 0,50 m² 0,14 m²
Retroreflecterend materiaal (stroken) 0,20 m² 0,13 m² 0,10 m²

 

Markering: 

X : Klasse van de zichtbare oppervlakte (van 1 tot 3)

EN ISO 20471  

2
Max. 25x

EN ISO 20471

2 : Klasse die de oppervlakte van het gezichtsveld weergeeft (van 1 tot 3)

Max. 25x : optionele vermelding, maximum aantal wasbeurten die voor het model toegelaten zijn. Voor dit voorbeeld: maximum 25 wasbeurten (voor de wastemperatuur zie de voorschriften op het etiket van het kledingstuk).

EN388 : ISO 23 388 MECHANISCHE RISICO’S

Norm EN388 is van toepassing op alle types beschermingshandschoenen voor wat betreft fysische en mechanische gevaarsinvloeden door schuren, snijden, perforatie en afscheuren. Sinds de 2016-versie van de norm zijn nieuwe, optionele prestaties toegevoegd.

 

TEST Level 1 Level 2 Level 3 Level 4 Level 5
Abrasion resistance
(Number of cycles)
100 500 2,000 8,000 -
Blade cutting resistance (index) 1.2 2.5 5 10 20
Tear resistance (N) 10 25 50 75 -
Puncture resistance (N) 20 60 100 150 -

 

PRESTATIENIVEAUS VEREISTEN

1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN AFSCHURING Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorslijten met een gelijkblijvende snelheid

1 t/m 5 : WEERSTAND TEGEN DOORSNIJDING DOOR MESBLADEN Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorsnijden met een circulair zaagblad en op gelijkblijvende snelheid.

1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN SCHEUREN Minimale kracht die nodig is om het proefstuk te scheuren.

1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN PERFORATIE Kracht die nodig is om het proefstuk te doorboren met een genormaliseerde stans.

A t/m F : WEERSTAND TEGEN SNIJDEN MET ZAAGBLAD (TDM-test) Kracht nodig voor een recht zaagblad om het proefstuk door te snijden op een snijvlak van 20 mm.

ø of P : WEERSTAND TEGEN EEN SCHOK OP HET MIDDENHANDSBEEN Minimale beperking van de schok op de hand.

 

Weerstand tegen de schok op het middenhandsbeen: indien deze prestatie vermeld is, wordt de markering
“P” gebruikt.

 

TEST CUT RESISTANCE
EN ISO 13997 (TDM
LEVEL A LEVEL B LEVEL C LEVEL D LEVEL E   LEVEL F
APPLIED FORCE (N) 2 5 10 15 22 30

 

Zaagblad, 2 testmethoden:


EN388 6.2. :
Voor lage en gemiddelde snijrisico’s. Een circulair zaagblad waarop een constante druk van 5N
wordt uitgevoerd, gaat van voren naar achter totdat het proefstuk doorgesneden is. Men meet
het aantal uitgevoerde cycli en wijst het overeenkomstige niveau toe.


EN ISO 13997 :
Voor materialen die het zaagblad bot maken tijdens de EN388 6.2 -test en/of gedeeltelijk bestand
zijn, voor hoge snijrisico’s. Een recht zaagblad met een snijvlak van 20 mm waarop één beweging
wordt uitgevoerd met een kracht van 2N. De test wordt opnieuw uitgevoerd met een andere
kracht en net zoveel keren als nodig is om het proefstuk door te snijden. Een niveau wordt
toegewezen dat overeenkomstig is met de nodige kracht om het proefstuk door te snijden. Deze
methode vertegenwoordigt meer gebruikssituaties waarbij een hoog snijrisico is.

 

ANSI ISEA (US American National Standards Institute) 105
Classificatie en specificaties voor bescherming van de hand. Deel 5.1.1. Bestendigheid tegen snijden.
Benodigde gewicht voor een recht zaagblad het proefstuk door te snijden in één snijbeweging.

EN 343

BESCHERMENDE KLEDING TEGEN REGEN

Deze norm definieert de eisen en testmethoden die van toepassing zijn op materialen en naden van beschermende kleding bij slechte weersomstandigheden (bijvoorbeeld regen of sneeuwbuien), mist en bodemvochtigheid.

y : Waterdoorlaatbaarheidsklasse (van 1 tot 4), WP

y : Verdampingsweerstand (van 1 tot 4), Ret

R : Waterkolomtest op het volledige kledingstuk (optioneel)

 FINNMARK2


 
EN343

3

1

X

 

 

 

 

 

DEFINITIES

DE THERMISCHE WEERSTAND (Rct) IN M².K/W :

Meet de gegeven thermische isolatie.

Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst isolerend naar het meest isolerend.

Hoe hoger de waarde, des te groter de gegeven thermische isolatie.

LUCHTDOORLAATBAARHEID (AP) IN mm/s :

Bepaalt de luchtdoorlaatbaarheid van het geheel.

Verdeeld in 3 klassen (van 1 tot 3) van het minst luchtdicht naar het meest luchtdicht.

DE THERMISCHE BASISISOLATIE DIE ERUIT VOORTVLOEIT :

Gemeten op een bewegende persoon (/cler) .

De thermische isolatiecoëfficiënt, uitgedrukt in m2.K/W maakt het mogelijk de optimale gebruikstemperatuur van het kledingstuk vast te stellen in vergelijking met de activiteit van de persoon en de blootstellingstijd.

De thermische isolatie wordt gemeten met onderkleding van het type:

  • (B) voor ensembles (Hemd met lange mouwen, lange onderbroek, sokken, vilten pantoffels + isolerend hemd, isolerende onderbroek, gebreide handschoenen, bivakmuts)
  • (R) voor kledingartikelen (Hemd met lange mouwen, lange onderbroek, sokken, vilten pantoffels, jack, broek, overhemd, gebreide handschoenen, bivakmuts)
  • (C) geleverd door de fabrikant

DE VERDAMPINGSWEERSTAND (Ret) IN (M².PA)/W :

Meet de verdampingsweerstand, d.w.z. de mate waarin de waterdamp waaruit een product bestaat tegengehouden wordt, of de mate van weerstand die aan de verdamping van zweet op het huidoppervlak geboden wordt. Hoe hoger de verdampingsweerstand van een product, des te groter de weerstand voor het doorlaten van waterdamp. Een ademend product heeft een zwakke verdampingsweerstand. Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst ademend naar het meest
ademend.

Dampweerstand Ret Klasse Klasse
1 2 3 4
M2 - Pa w Ret > 40 25 < Ret > 40 15 < Ret > 25 Ret < 15

 

WATERDOORLAATBAARHEIDSWEERSTAND (WP) IN PASCAL :

Meet de waterdoorlaatbaarheidsweerstand van het buitenmateriaal en de naden onder een waterdruk van (980+/-50) Pa/mm.

Verdeeld in 4 niveaus (1 tot 4) van het minst waterdoorlatend naar het meest waterdoorlatend.

Waterdoorlaatbaarheidsweerstand
WP
Klasse
1 2 3 4

Te testen specimen :

Materiaal zonde voorbehandeling Materiaal na elke
voorbehandeling

WP > 8 000 Pa- -WP > 8 000 Pa -WP > 13 000 Pa - WP > 20 000 Pa
Stikkingen zonder voorbehandeling WP > 8 000 Pa WP > 8 000 Pa WP > 13 000 Pa -
Stikkingen na behandeling door reiniging - - - WP > 20 000 Pa

 

WATERKOLOM TEST :

Lengte van de infiltratie op de mouwen en de voering Max 5 cm
Lengte van de infiltratie op de voering van de broek Max 10 cm
Longueur de mèche sur les ourlets de capuche Max 4 cm
KLASSE 3 0 cm²

 

EN14605: Type 4/ Type 3 BESCHERMENDE KLEDING TEGEN VLOEIBARE CHEMICALIËN

Eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding waarvan de verbindingselementen tussen de verschillende onderdelen van het kledingstuk vloeistofdicht (type 3) of neveldicht (type 4), zijn, alsook voor kledingstukken die slechts bepaalde delen van het lichaam beschermen (Types PB [3] en PB [4]).

Deze norm definieert de minimale eisen die gelden voor de volgende chemisch beschermende kledingstukken met beperkt gebruik of opnieuw te gebruiken:


- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van vloeistofdichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 3: vloeistofdichte kledingstukken) ;
- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van neveldichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 4: neveldichte kledingstukken) ;

NORMEN TYPE CHEMISCHE BESCHERMING
EN13034 6 Tegen spatten
EN ISO 13982-1 5 Tegen stofdeeltjes (asbest)
EN14605 4 Tegen nevels
EN14605 3 Tegen stralen

 

TESTS
Algemene prestatie Tests & specifieke
prestaties
Type beschermende
kleding
3a 4a 5 6a
Prestatie-eisen voor
de volledige kleding
Binnendruk - - - -
Lek naar binnen - - X -
Doordringen van een vloeistofstraal X - - -
Doordringen van een nevel (verstuivingen van vloeistoffen) - X - -
Tegen vaste deeltjes - - X -
Doordringen van een nevel (lichte verstuivingen) - - - X
Performantie eisen
voor stikkingen en
verbindingen
Mechanische weerstand X X X X
Weerstand tegen het doordringen en binnendringen van vloeistoffen. X X - -
Prestatie-eisen
voor de materialen
waaruit de kleding
bestaat
Schuren / Scheuren / Perforeren X X X X
Trekbestendigheid X X - X
Bestendigheid tegen barsten door buiging X X X -
Bestendigheid tegen barsten door buiging bij -30ºC

X

optioneel

X

optioneel

- -
Bestendigheid tegen doordringen X X - -
Bestendigheid tegen doordringen - - - X
Waterafstotend - - - X

a - Wanneer de beschermende uitrusting slechts bepaalde delen van het lichaam bedekt (torso, armen, benen), dan zijn de performantie-eisen van het materiaal enkel daar van toepassing (type 6.4 en 3).

EN ISO 11611

BESCHERMENDE KLEDING - BESCHERMING GEBRUIKT TIJDENS LASSEN EN AANVERWANTE TECHNIEKEN

Deze norm definieert de prestatie-eisen van beschermende kleding bestemd voor las- en aanverwante werkzaamheden die gelijke risico’s met zich meebrengen.

Dit type beschermende kleding heeft tot doel de persoon die ze draagt te beschermen tegen beperkte gesmolten metaalspatten, kort contact met een vlam en tegen uv-stralen. Zij is bestemd om gedragen te worden bij omgevingstemperatuur, gedurende een constante periode tot 8 uur.

KLASSE 1 Bescherming tegen normale risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met normale lasprojecties en normale stralingswarmte.
KLASSE 2 Bescherming tegen hoge risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met hevige lasprojecties en hoge stralingswarmtes.

 

MAIVE2
EN ISO 11611

A, A2
KLASSE 1

 

Test Code Performances
Limited flame spread A A1 and/or A2
Molten metal splash E E1 to E3

EN ISO 16321-1

Algemene eisen met betrekking tot oog- en gezichtsbescherming voor professioneel gebruik.

 

 

BETEKENIS VAN DE SYMBOLEN - EN166: BETEKENIS VAN DE SYMBOLEN – EN ISO 16321-1 :
1: Optische klasse die aangeeft dat de bril permanent kan gedragen worden 1: Optische klasse die permanent dragen van de bril toelaat
S: Versterkte stevigheid : Kogel diameter 22 mm, projectiesnelheid van 5,1 m/s (18.36 km/u).  
F: Inslag met lage energie : Kogel diameter 6 mm, projectiesnelheid van 45 m/s (162 km/u). C: Impact gemiddelde energie (45 m/s)
  D: Impact middelhoge energie (maskers) (80 m/s)
B: Inslag met middelmatige energie : Kogel diameter 6 mm, projectiesnelheid van 120 m/s (432 km/u). E: Impact hoge energie (vizieren en maskers) (120 m/s)
A: Inslag met hoge energie : Kogel met diameter 6 mm, projectiesnelheid 190 m/s (684 km/u).  
  HM: Impact hoge massa (optioneel)
3: Bestand tegen vloeistoffen (druppeltjes en projecties). 3: Bestendigheid tegen vloeistoffen (druppels & spatten)
4: Bestand tegen grote stofdeeltjes (grootte > 5 micron). 4: Bestendigheid tegen grove stofdeeltjes (grootte > 5 micron)
5: Bestand tegen gassen en fijne stofdeeltjes (grootte < 5 micron). 5: Bestendigheid tegen gassen en fijne stofdeeltjes (grootte < 5 micron)
  6: Bestendigheid tegen vloeistofstralen
  7: Bestendigheid tegen warmtestraling
8: Bestand tegen elektrische boog door kortsluiting.  
9: Resistance to splashes of molten metal and penetration of hot solids. 9: Bestendigheid tegen gesmolten metaal en hete vaste deeltjes
T: (F - B - A) Aan grote snelheid geprojecteerde deeltjes, met extreme temperaturen - 5°C / + 55°C. T: (C-E-D-HM) Mechanische weerstand bij extreme temperaturen -5°C / +55°C
N: Weerstand tegen aandampen van lenzen. N: Bestendigheid tegen aandampen van de lenzen
K: Weerstand tegen afslijten van oppervlakten door fijne deeltjes (anti kras). K: Bestendigheid tegen beschadiging van de oppervlakken door fijne deeltjes (anti-kras)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

> Lees ons artikel Oogbescherming: een nieuwe, strengere internationale norm, EN ISO 16321

EN13034 - BESCHERMENDE KLEDING TEGEN VLOEIBARE CHEMICALIËN

Eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding, die een bescherming biedt beperkt tot vloeibare chemicaliën
(beschermingsmiddelen type 6) alsook voor kledingstukken die alleen bepaalde lichaamsdelen beschermen (type PB [6]).

 

Deze norm definieert de minimale eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding voor beperkt gebruik opnieuw te gebruiken kleding met een beperkte bescherming. Chemisch beschermende kleding met beperkt gebruik is ontwikkeld om gebruikt te worden in geval van een waarschijnlijke blootstelling aan lichte verstuivingen, vloeibare sprays of sprays bij lage druk, lichte spatten, waartegen een totale afscherming tegen doordringen van vloeistoffen (op moleculair niveau) niet nodig is.