
Normen en richtlijnen
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.



Deze norm bepaalt de algemene eisen voor veiligheidsschoenen beschermend schoenen en werkschoenenvoor beroepsmatig gebruik. Deze norm kan enkel samen met de normen EN ISO 20345 en EN ISO 20347 toegepast worden, aangezien deze eisen aan schoenen stellen gebaseerd op specifieke risico’s.
Verbindingselementen of deel uitmakend van een systeem. Een vallijn kan bestaan uit een touw uit synthetische vezels, een metalen kabel, een band of een ketting.
OPGELET: Een vallijn zonder energie absorber mag niet gebruikt worden als valstopsysteem.
Bepaalde van onze producten zijn gehomologeerd volgens de normeringen van meerdere landen.
Deze producten (en/of hun verpakking) dragen de volgende markering:
| USA |
|
|
Argentinië
|
|
|
Brazilië
|
CA |
|
China
|
UK standards |
| Canada |
|
| Ukraïne | |
| Euraziatische Economische Unie (Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan) |
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
|
| Mexico |
In functie van de graad van het gedekte risico definieert de verordening de categorieën van PBM’s en legt de verschillende verplichtingen vast voor de fabrikant:
• PBM van eerste categorie : Bescherming tegen minimale risico’s.
• PBM van categorie 2 : Alle PBMs die niet van categorie 1 of 3 zijn.
• PBM van categorie 3 : Bescherming tegen risico’s met invaliditeit of dood tot gevolg.
Deze norm bevat laboratoriumproeven om de conformiteit te controleren van de stootbestendigheid, temperatuursweerstand, vochtigheidsweerstand, weerstand tegen corrosieve omgevingen en de mechanische en ademhalingsweerstand.
De norm omvat de proeven betreffende de temperatuursweerstand, stootbestendigheid, vlambestendigheid, thermische stralingsbestendigheid, trekvastheid, bestendigheid tegen reinigingsmiddelen en desinfectie. Bovendien moet er zichtbaar een markering en een informatieblad van de producent bestaan.
89/391: Identificeren en evalueren van de risico’s, treff en van preventie- en beschermingsmaatregelen, informeren van de werknemers.
2004/37: Risico’s verbonden aan de blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene stoff en: identifi ceren van de gevaren, «maximale blootstellingswaarde », ademhalingsbescherming.
89/656: Kiezen en gebruiken van de geschikte PBM, informeren en opleiden van de gebruikers, nazicht en vervangen van de PBM indien nodig.
Deze norm betreft de testmethoden voor de bestendigheid tegen stoten, reinigingsmiddelen en desinfecteermiddelen, temperatuur, open vuur en ademhalingsweerstand.
Deze norm bepaalt het standaard aansluitsysteem waarmee de fi lters op het volgelaatsmasker worden aangesloten.
Deze norm bepaalt de testen betreff ende de duurzaamheid en de weerstand tegen slijtage, stootbestendigheid, vlambestendigheid en ademhalingsweerstand.
Deze norm betreft de stootbestendigheid, temperatuursweerstand, vochtigheidsweerstand, bestendigheid tegen corrosieve omgevingen en de mechanische en ademhalingsweerstand.
Deze norm betreft de testmethoden voor de bestendigheid tegen stoten, reinigingsmiddelen en desinfectiemiddelen, temperatuur, open vuur en ademhalingsweerstand.
De EU verordening 2016/425 legt de eisen vast voor de ontwikkeling en de vervaardiging van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) teneinde deze op de markt te brengen met als doel de gezondheid
en de veiligheid van eindgebruikers te garanderen. Fabrikanten die conform deze eisen van de verordening producten vermarkten, mogen dan ook de CE markering op hun PBMs aanbrengen. Deze EUverordening
2016/425 vervangt sinds 21/4/2018 de EEG-richtlijn 89/686.
Inslag *: kracht die wordt overgebracht aan het hoofd van de pop mag niet groter zijn dan 5 kN bij de val van een voorwerp van 5 kg vanaf 1 m hoogte. De energie als het voorwerp bij de test op de helm valt, bereikt 49 J.
Doordringbaarheid*: de punt van de massa die bij de test wordt gebruikt (3 kg op 1 m) mag niet in contact komen met de schedel.
Brandbaarheid: de helm mag niet meer dan 5 s branden met uitstraling van vlammen na het terugtrekken van de vlam.
* De inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +50°C en -10°C.
Bij extreme temperaturen: de inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +150°C en -20°C of -30°C. Beschermt tegen een toevallig contact van korte duur met een geleider van elektriciteit onder spanning die 440 VAC kan bereiken. Beschermt tegen laterale compressie. De laterale compressie van de helm moet ≤ 40 mm zijn Bestendigheid tegen het spatten van gesmolten metaal.
Het doel van de normalisering is om testmethodes uit te werken en eisen te stellen onder de vorm van normen die de technische specificaties van de produkten definiëren. Bepaalde van deze normen,
hoofdzakelijk verwijzend naar producteisen, zijn geharmoniseerd in de EU Verordening 2016/425. Het respecteren van deze geharmoniseerde normen geeft blijk van conformiteit aan de eisen van de EU
Verordening 2016/425.
Aanbevelingen over selectie, gebruik, onderhoud en voorzorgsmaatregelen.
EN352 : Veiligheidseisen en testmethoden.
• EN352-1 : Gehoorkappen.
• EN352-2 : Oordoppen.
• EN352-3 : Aan werfhelmen bevestigde gehoorkappen.
• EN352-4 : Gehoorkappen met demping naar gelang het niveau.
• EN352-6 : De gehoorkappen met audio-ingang.
• EN352-8 : De gehoorkappen met audio-ingang (ontspanning). Deze normen leggen de eisen vast wat betreft de bouw, het ontwerp en de prestaties en de testmethoden. Ze schrijven voor hoe technische informatie ter beschikking moet worden gesteld.
isolerende helmen voor gebruik bij laagspanningsinstallaties
VERPLICHT
Elektrisch isolerende helmen voor gebruik op of dicht bij installaties onder spanning die niet groter is dan 1000 VAC of 1500 VDC (elektrische klasse 0). Als deze helmen gebruikt worden samen met andere beschermingsmiddelen die elektrisch isolerend zijn, vermijden ze dat gevaarlijke stroom het hoofd van mensen bereikt. Deze facultatieve tests voor elektrische isolatie zijn strenger dan die van de norm EN397 en ze vullen deze testen aan. (markering van de 2 driehoeken klasse 0).
BESCHERMENDE KLEDING VOOR HITTE EN VLAMMEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen van de materialen en kleding die tegen hitte en vlammen beschermen. Ze zijn van toepassing op de kledingstukken die van soepele materialen zijn gemaakt en die ontworpen zijn om het menselijk lichaam, met uitzondering van de handen, te beschermen tegen hitte en/of vlammen.
Zijn getest :
| PROEF | Code | PERFORMANTIES |
| Beperkte vlamverspreiding | A | A1 en/of A2 |
| Convectiewarmte | B | B1 tot B3 |
| Stralingswarmte | C | C1 tot C4 |
| Spatten van gesmolten aluminium | D | D1 tot D3 |
| Spatten van gesmolten smeedijzer | E | E1 tot E3 |
| Contactwarmte | F | F1 tot F3 |
| MAIVE2 | |
| EN ISO 11612 | |
|
A1 A2 B1 C1 E3 F1 |
|
Beschermkledij van C1 niveau is geschikt voor een relatief laag risico. Deze biedt een minimale bescherming en is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met hoge concentraties. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.
Beschermkledij van C2 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij niveaus waar een hogere concentratie ervoor zorgt dat een C1 niveau niet meer voldoende beschermt. Deze kledij zorgt meestal nog voor een goed evenwicht tussen bescherming en werkcomfort. Deze kledij is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met een hoge concentratie. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.
Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij een hoog risico. Deze pakken van niveau C3 vereisen een aantal voorzorgsmaatregelen, zoals een beperkte gebruiksduur, omdat bij lang gebruik een risico ontstaat van verhitting, uitputting en thermische stress. Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is geschikt voor werken met verdunde pesticides alsook geconcentreerde pesticides.
Het is noodzakelijk het risico te evalueren op basis van de toxiteit van het fytosanitair product (zie de bijsluiter bij het product) in combinatie met de blootstellingsgraad van de gebruiker. Bijvoorbeeld : het is al snel duidelijk dat het risico veel groter is bij een verspreiding in de lucht vanuit de aanhanger van een tractor met open cabine dan wanneer de operator werkt met een manuele verstuiver en gericht kan verstuiven.
BESCHERMENDE KLEDING TEGEN KOUDE KLIMATEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethodes van kledingartikelen (vesten, jacks, jassen, broeken).
Deze kledingstukken worden gebruikt bij matige koude (-5°C en meer) ter bescherming tegen plaatselijke afkoeling van de huid en niet alleen voor buitenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de bouw, maar zij kunnen ook gebruikt worden voor binnenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de levensmiddelenindustrie. Het is in deze gevallen niet altijd noodzakelijk dat de kleding van waterdichte of waterafstotende stof gemaakt is.
De overeenkomstige eis is daarom optioneel in de huidige norm.
X : Thermische weerstandsklasse, Rct
X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP
X : /cler van het kledingartikel (Optioneel)
X : Van het kledingartikel (Optioneel) WP (Optioneel)
| ALASKA3 | |
|---|---|
|
|
EN14058 |
|
2 2 0,221 m². K/W X |
|
| Isolatie I cler M².K/W |
Gebruiker rechtstaand, zich niet verplaatsend, 75 W/m² | |||
| Air speed | ||||
| 0.4 m/s | 3 m/s | |||
| 8h | 1h | 8h | 1h | |
| 0.170 | 21 | 9 | 24 | 15 |
| 0.265 | 13 | 0 | 19 | 7 |
| 0.310 | 10 | -4 | 17 | 3 |
UITRUSTING VOOR BETERE ZICHTBAARHEID BIJ SITUATIES MET GEMIDDELD RISICO
Deze norm legt de eisen vast voor uitrustingen die de zichtbaarheid van de gebruiker verhogen en die kunnen bestaan uit kledij of andere mechanismes die ervoor zorgen dat de aanwezigheid van de eindgebruiker visueel versterkt wordt.
Toepassingen zijn bij laag en gemiddeld risico in alle gevallen met daglicht en/of bij verlichting door autolichten of andere verlichtingen in duisternis. Deze norm geldt niet voor high visibility uitrustingen in situaties met hoog risico die door de EN ISO 20471 gedekt zijn.
| TYPE A | TYPE B | TYPE AB |
|
Dag |
Duister |
Daglicht, schemerlicht en |
| Uitrustingen die een reflecterend materiaal gebruiken. |
Uitrustingen die een retroreflecterend materiaal gebruiken. |
Uitrustingen die een reflecterend en een retroreflecterend materiaal gebruiken of een combinatie van beide. |
| B1 (vrij hangend) | ||
| B2 (op de ledematen) | AB2 | |
| B3 (op lichaam of op lichaam en ledematen) | AB3 |
Minimale oppervlakte in m² voor type B1 en B2 :
| B1 | B2 | |
| Reflecterend materiaal | 0,003 | 0,018 |
Minimale oppervlakte in m² voor type A, B3 en AB :
| A | B3 | AB | A | B3 | AB | |
| Grootte h van de gebruiker | h < 140 cm | h > 140 cm | ||||
| Reflecterend materiaal | 0,14 | - | 0,14 | 0,24 | - | 0,24 |
| Retroreflecterend materiaal | - | 0,06 | 0,06 | - | 0,08 | 0,08 |
| Gecombineerd materiaal | - | - | 0,14 | - | - | 0,24 |
Deze norm bepaalt de eisen en testmethodes van niet geventileerde beschermende kleding tegen radioactieve besmetting in de vorm van deeltjes.
Kleding van dit type wordt ontworpen om alleen het lichaam en de armen en benen van de drager te beschermen, maar kunnen worden gebruikt met accessoires die andere delen van het lichaam van de drager beschermen (bijvoorbeeld laarzen, handschoenen, ademhalingsbeschermingsapparatuur).
De kleding wordt geklasseerd volgens haar nominale beschermingsfactor (verhouding tussen de concentratie van testdeeltjes in de atmosfeer en de concentratie van testdeeltjes binnen de kleding), meer bepaald de totale doorlaatbaarheid naar binnen (verband tussen concentraties van test deeltjes binnen de kleding en binnen de testkamer).
De volgende klassen worden onderscheiden:
| KLASSE | NOMINALE BESCHERMINGSFACTOR |
| 3 | 500 |
| 2 | 50 |
| 1 | 5 |
Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethoden van beschermende kleding tegen koude bij temperaturen lager dan - 5°C (personen werkzaam in koelruimtes/extreme koude).
Er worden twee kledingtypes onderscheiden:
Kledingartikel: dat een gedeelte van het lichaam bedekt, bijv. parka’s, jacks, jassen.
Kledingensemble: dat het volledige lichaam bedekt (romp en benen) bijv. overall, parka & tuinbroek.
X (onderkleding B/C/R) : /cler van het kledingstuk
X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP
X : Waterdoorlaatbaarheidsklasse WP (Optioneel)
| NORDLAND | |
|---|---|
|
|
EN342 |
|
0,358 m².K/W (B) 3 X |
|
| Isolatie I cler M².K/W |
Gebruiker in beweging tijdens een activiteit | |||||||
| Licht 115 W/m² |
Gemiddeld 170 W/m² |
|||||||
| Luchtsnelheid | ||||||||
| 0.4 m/s | 3 m/s | 0.4 m/s | 3 m/s | |||||
| 8u | 1u | 8u | 1u | 8u | 1u | 8u | 1u | |
| 0.265 | 3 | -12 | 9 | -3 | -12 | -28 | -2 | -16 |
| 0.310 | -2 | -18 | 6 | -8 | -18 | -36 | -7 | -22 |
| 0.390 | -9 | -28 | 0 | -16 | -29 | -49 | -16 | -33 |
| 0.470 | -17 | -38 | -6 | -24 | -40 | -60 | -24 | -43 |
| 0.540 | -24 | -45 | -11 | -30 | -49 | -71 | -32 | -52 |
| 0.620 | -31 | -55 | -17 | -38 | -60 | -84 | -40 | -61 |
De norm EN ISO 374-5 gaat over de eisen en testmethodes voor veiligheidshandschoenen die bedoeld zijn de gebruiker te beschermen tegen micro-organismen (schimmels en bacteriën, virussen optioneel).
Doordringen van schimmels en bacteriën (getest volgens de norm EN374-2): test waarmee wordt nagegaan of er geen lucht en water door de handschoen komt.
Doordringen van virussen (getest volgens de methode B van ISO 16604): proces waarmee de weerstand wordt bepaald tegen het doordringen van pathogenen die door het bloed worden overgedragen.
– Testmethodes waarbij de bacteriofaag Phi-X174 wordt gebruikt.
Volgens het type zal de handschoen één van de onderstaande pictogrammen rijgen:
Toepassingsvoorbeelden:
Het gebruiksdomein is bepalend want naargelang het geval moet de handschoen eventueel meerdere eigenschappen combineren om te voldoen aan de nodige eisen voor bescherming. Het is dus heel belangrijk na te gaan wat de aanbevolen gebruiksdomeinen zijn en de resultaten te bekijken van de testen die in een laboratorium zijn uitgevoerd en die u in de gebruiksaanwijzing vindt. Het is echter aan te bevelen na te gaan of de handschoenen geschikt zijn voor het gebruik dat u ze gaat geven door ze eerst zelf te testen, want de omstandigheden op de werkplek kunnen anders zijn dan die tijdens onze test, naargelang de temperatuur en de mate van slijtage en degradatie.
De norm ISO 18889 legt de eisen vast voor veiligheidshandschoenen bij het werken met pesticides voor landbouwers en voor seizoensarbeiders.
De handschoenen klasse G1 voldoen bij een relatief laag risico. Ze zijn niet geschikt voor het werken met pesticides met een hoge concentratie noch bij mechanische risico’s. Dit type handschoenen zijn meestal wegwerphandschoenen.
Handschoenen klasse G2 kunnen gebruikt worden bij een aanzienlijk en hoger risico, dat zowel voor verdunde pesticideconcentraties als hoge concentraties. Deze handschoenen klasse G2 voldoen ook aan een minimale mechanische weerstand en kunnen dus ook bij werkzaamheden worden ingezet waar een minimale mechanische bescherming vereist is.
Handschoenen klasse GR beschermen enkel de palm van de hand en zijn geschikt voor werknemers die een risico lopen op contact met opgedroogde resten of deels opgedroogde resten van pesticides die nog op de oppervlaktes van de planten aanwezig zijn bij het oogsten of nabehandelen van de planten.
De EN16350 norm legt bijkomende eisen vast voor veiligheidshandschoenen die gebruikt worden in omgevingen met een risico op ontvlambare stoffen of explosieven.
Overige elektrostatische eigenschappen kunnen worden gedefinieerd via de EN1149-1 (vastgestelde elektrostatische weerstand langs de oppervlakte van een materiaal) of de EN1149-3 (verzwakken van de spanning), maar die zijn niet voldoende om de handschoenen te evalueren op hun performantie om electrostatische spanning te verminderen.
Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaal verhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bestemd om werknemers te beschermen tegen lasrisico’s en aanverwante. Specificaties en relatieve vereisten aan lasfilters met dubbele schaalnummering.
Deze norm is van toepassing op alle typen persoonlijke oogbeschermingsmiddelen tegen gevaren die het oog zouden kunnen beschadigen, met uitzondering van nucleaire straling, röntgenstraling, laserstraling en infrarode straling van lage temperatuur bronnen. Niet van toepassing op oogbeschermers waarvoor aparte normen bestaan (antilaser oogbeschermer, algemeen gebruikte zonnebrillen, enz.)
De norm EN ISO 10819 legt de eisen vast van de performanties van de veiligheidshandschoenen om trillingen te reduceren. Hierbij gelden zowel eisen qua dikte als qua uniformiteit van het materiaal dat de trillingen moet opvangen. Dit type handschoenen reduceert gezondheidsrisico’s door trillingen doorgegeven via de handen, maar elimineert deze niet. De factor waarmee de trillingen worden doorgegeven binnen een bandbreedte van 25 tot 200Hz moet 0.90 zijn of lager. Bij metingen binnen een bandbreedte van 200 tot 1250Hz moet de factor 0.60 zijn of lager.
Specificaties van de vereisten voor automatische lasfilters, dat wil zeggen lasschermen met een automatische variatie van de overdrachtsfactor. Deze schermen dienen de lassers te beschermen bij het lassen en bij het uitvoeren van aanverwante technieken.
Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaalverhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bij risico’s van ultravioletstraling.
Specificaties van veiligheidsvereisten in verband met schaalverhoudingen betreffende de doorlaatbaarheid van filters bij risico’s van blootstelling aan direct zonlicht, industrieel gebruik.
Vereisten en testmethoden voor handschoenen die gebruikt worden voor handlassen en snijbranden van metalen en verwante technieken. Lashandschoenen worden in twee typen ingedeeld : B wanneer een grote vingergevoeligheid (bijvoorbeeld bij TIG-lassen) is vereist en A voor andere lastechnieken.
Specificaties van materialen, ontwerp, performance en testmethodes voor oog- en gelaatsbescherming van het type “raster”, industrieel gebruik.
Deze norm legt de eisen vast voor de veiligheidshandschoenen gebruikt in omgevingen met risico op ioniserende straling of omgevingen met radioactieve stoffen.
Een handschoen die beschermt tegen radioactieve vervuiling moet vloeistofdicht zijn volgens de norm EN374-2.
Een handschoen die beschermt tegen ioniserende straling moet, naast het vloeistofdicht zijn volgens EN374-2, ook nog een bepaalde hoeveelheid zware metalen bevatten zoals lood.
Specificaties van veiligheidsvereisten voor beschermingsuitrustingen voor ogen en gezicht bij het lassen en aanverwante technieken (monturen/filterhouders).
Verbindingselement of element deel uitmakend van een systeem. Een verbindingselement kan een karabijnhaak zijn of een haak.
Classe A: Verankeringsconnector, met automatische sluiting, gebruikt als component en ontworpen om direct aan een specifiek
verankeringssysteem bevestigd te worden.
Classe B: Basisconnector met automatische sluiting, gebruikt als component.
Classe M: Basisconnector voor meervoudig gebruik, met schakelsluiting, gebruikt als component, kan belast worden afhankelijk
van de grote of de kleine as.
Classe Q: Connector met schakelsluiting, gebruikt voor permanente of lange termijn toepassingen, karabijnhaak met schroef. Als
dit deel eenmaal vast geschroefd is, wordt het een dragend deel van de connector.
Classe T: Connector met afgewerkt uiteinde, met automatische sluiting, ontworpen als element van een subsysteem voor het
zodanig bevestigen dat de druk in een vooraf bepaalde richting wordt uitgevoerd..
Onderdeel van een valstopsysteem, die de valstop in alle veiligheid garandeert, door de kracht van de schok te verminderen.
OPGELET : wanneer een leeflijn wordt gebruikt bij een energie-absorber mag de totale lengte van het geheel niet meer zijn dan 2 m.