
Normen en richtlijnen
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.



Referentienorm die niet alleen kan worden gebruikt, maar uitsluitend samen met een andere norm die eisen bevat over de beschermingsprestaties.
• Onschadelijk zijn (pH, chroom-VI gehalte, enz.).
• Maatschema’s volgen (zie onderstaande tabel).
• Beoordelen van de tastzin, het ademend karakter en het comfortniveau.
• Voldoen aan voorschriften inzake markering, informatie, identificatie.
| SIZES AS PER STANDARD EN ISO 21420 | ||
|---|---|---|
| Glove size | Palm circumference (mm) |
Length (mm) |
| 6 | 152 | 160 |
| 7 | 178 | 171 |
| 8 | 203 | 182 |
| 9 | 229 | 192 |
| 10 | 254 | 204 |
| 11 | 279 | 215 |
| 12 | 304 | 226 |
GENORMALISEERDE ETIKETTERING/IDENTIFICATIE
Elke beschermende handschoen moet duidelijk geïdentificeerd zijn door zijn genormaliseerd
etiket, waarop u de volgende informatie vindt :
• Het logo van ons merk.
• De productreferentie of de commerciële naam.
• De maat.
• Een aanduiding dat een gebruiksaanwijzing beschikbaar is bij het artikel.
• Het/de normalisatiepictogram(men) met bijbehorende prestatiecijfers.
• Het lotnummer
en/of
productiedatum.
• Als van toepassing, de vervaldatum.
Norm EN511 definieert de vereisten en testmethoden voor handschoenen die beschermen tegen koude die door convectie en geleiding wordt overgedragen tot -30°C (optioneel tot -50°C). Deze koude kan verband houden met weersomstandigheden of met een industriële activiteit.
Bij het selectieproces van een handschoen voor bescherming tegen kou moet rekening worden gehouden met meerdere parameters zoals de omgevingstemperatuur, de gezondheid van de persoon, de duur van de blootstelling, het activiteitenniveau etc.
| PERFORMANCE LEVEL |
INTENSE | AVERAGE ACTIVITY |
SLOW ACTIVITY |
|---|---|---|---|
| 1 | -10°C ≤ T < 0°C | ||
| 2 | -30°C < T | 0°C ≤ T < 10°C | |
| 3 | -15°C < T | 5°C < T | |
| 4 | -30°C < T | -10°C < T |
Bevestigingsmiddel voor het lichaam, bestemd om het vallen te stoppen. Het valharnas kan bestaan uit riemen, gespen en andere elementen ; op gepaste manier opgesteld en afgesteld op iemands lichaam, om hem te kunnen tegenhouden tijdens, alsook na de val.
Een werkpositioneringssysteem bestaat uit elementen (gordel en werkpositioneringslijn), aan elkaar verbonden om een complete uitrusting te vormen.
Valstopsysteem met een automatische blokkage-functie en een systeem met automatische spanning en “rappel” voor de lijn. Een energieverdelingselement kan worden ingewerkt in de valbescherming.
SIGNALISATIEKLEDING
Deze norm definieert de kenmerken waaraan de beschermende kleding die tot doel heeft de aanwezigheid van de gebruiker zichtbaar te maken, moet voldoen, opdat deze gedetecteerd en goed gezien kan worden bij gevaarlijke situaties, onder alle lichtomstandigheden, overdag en ‘s nachts bij het licht van koplampen. Er bestaan drie klassen signalisatiekleding.
Elke klasse dient minimale oppervlakken te hebben van zichtbaar materiaal waaruit de kleding
bestaat, hoe hoger de klasse is hoe beter zichtbaar de kleding is:
| KLASSE 3 | KLASSE 2 | KLASSE 1 | |
| Basismateriaal (fluorescerend) | 0,80 m² | 0,50 m² | 0,14 m² |
| Retroreflecterend materiaal (stroken) | 0,20 m² | 0,13 m² | 0,10 m² |
Markering:
X : Klasse van de zichtbare oppervlakte (van 1 tot 3)
EN ISO 20471
Max. 25x
EN ISO 20471
2 : Klasse die de oppervlakte van het gezichtsveld weergeeft (van 1 tot 3)
Max. 25x : optionele vermelding, maximum aantal wasbeurten die voor het model toegelaten zijn. Voor dit voorbeeld: maximum 25 wasbeurten (voor de wastemperatuur zie de voorschriften op het etiket van het kledingstuk).
Norm EN388 is van toepassing op alle types beschermingshandschoenen voor wat betreft fysische en mechanische gevaarsinvloeden door schuren, snijden, perforatie en afscheuren. Sinds de 2016-versie van de norm zijn nieuwe, optionele prestaties toegevoegd.
| TEST | Level 1 | Level 2 | Level 3 | Level 4 | Level 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| Abrasion resistance (Number of cycles) |
100 | 500 | 2,000 | 8,000 | - |
| Blade cutting resistance (index) | 1.2 | 2.5 | 5 | 10 | 20 |
| Tear resistance (N) | 10 | 25 | 50 | 75 | - |
| Puncture resistance (N) | 20 | 60 | 100 | 150 | - |
PRESTATIENIVEAUS VEREISTEN
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN AFSCHURING Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorslijten met een gelijkblijvende snelheid
1 t/m 5 : WEERSTAND TEGEN DOORSNIJDING DOOR MESBLADEN Aantal cycli nodig om het proefstuk te doorsnijden met een circulair zaagblad en op gelijkblijvende snelheid.
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN SCHEUREN Minimale kracht die nodig is om het proefstuk te scheuren.
1 t/m 4 : WEERSTAND TEGEN PERFORATIE Kracht die nodig is om het proefstuk te doorboren met een genormaliseerde stans.
A t/m F : WEERSTAND TEGEN SNIJDEN MET ZAAGBLAD (TDM-test) Kracht nodig voor een recht zaagblad om het proefstuk door te snijden op een snijvlak van 20 mm.
ø of P : WEERSTAND TEGEN EEN SCHOK OP HET MIDDENHANDSBEEN Minimale beperking van de schok op de hand.
Weerstand tegen de schok op het middenhandsbeen: indien deze prestatie vermeld is, wordt de markering
“P” gebruikt.
| TEST CUT RESISTANCE EN ISO 13997 (TDM |
LEVEL A | LEVEL B | LEVEL C | LEVEL D | LEVEL E | LEVEL F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| APPLIED FORCE (N) | 2 | 5 | 10 | 15 | 22 | 30 |
Zaagblad, 2 testmethoden:
EN388 6.2. :
Voor lage en gemiddelde snijrisico’s. Een circulair zaagblad waarop een constante druk van 5N
wordt uitgevoerd, gaat van voren naar achter totdat het proefstuk doorgesneden is. Men meet
het aantal uitgevoerde cycli en wijst het overeenkomstige niveau toe.
EN ISO 13997 :
Voor materialen die het zaagblad bot maken tijdens de EN388 6.2 -test en/of gedeeltelijk bestand
zijn, voor hoge snijrisico’s. Een recht zaagblad met een snijvlak van 20 mm waarop één beweging
wordt uitgevoerd met een kracht van 2N. De test wordt opnieuw uitgevoerd met een andere
kracht en net zoveel keren als nodig is om het proefstuk door te snijden. Een niveau wordt
toegewezen dat overeenkomstig is met de nodige kracht om het proefstuk door te snijden. Deze
methode vertegenwoordigt meer gebruikssituaties waarbij een hoog snijrisico is.
ANSI ISEA (US American National Standards Institute) 105
Classificatie en specificaties voor bescherming van de hand. Deel 5.1.1. Bestendigheid tegen snijden.
Benodigde gewicht voor een recht zaagblad het proefstuk door te snijden in één snijbeweging.
BESCHERMENDE KLEDING TEGEN REGEN
Deze norm definieert de eisen en testmethoden die van toepassing zijn op materialen en naden van beschermende kleding bij slechte weersomstandigheden (bijvoorbeeld regen of sneeuwbuien), mist en bodemvochtigheid.
y : Waterdoorlaatbaarheidsklasse (van 1 tot 4), WP
y : Verdampingsweerstand (van 1 tot 4), Ret
R : Waterkolomtest op het volledige kledingstuk (optioneel)
| FINNMARK2 | |
|---|---|
|
|
EN343 |
|
3 1 X |
|
DE THERMISCHE WEERSTAND (Rct) IN M².K/W :
Meet de gegeven thermische isolatie.
Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst isolerend naar het meest isolerend.
Hoe hoger de waarde, des te groter de gegeven thermische isolatie.
LUCHTDOORLAATBAARHEID (AP) IN mm/s :
Bepaalt de luchtdoorlaatbaarheid van het geheel.
Verdeeld in 3 klassen (van 1 tot 3) van het minst luchtdicht naar het meest luchtdicht.
DE THERMISCHE BASISISOLATIE DIE ERUIT VOORTVLOEIT :
Gemeten op een bewegende persoon (/cler) .
De thermische isolatiecoëfficiënt, uitgedrukt in m2.K/W maakt het mogelijk de optimale gebruikstemperatuur van het kledingstuk vast te stellen in vergelijking met de activiteit van de persoon en de blootstellingstijd.
De thermische isolatie wordt gemeten met onderkleding van het type:
DE VERDAMPINGSWEERSTAND (Ret) IN (M².PA)/W :
Meet de verdampingsweerstand, d.w.z. de mate waarin de waterdamp waaruit een product bestaat tegengehouden wordt, of de mate van weerstand die aan de verdamping van zweet op het huidoppervlak geboden wordt. Hoe hoger de verdampingsweerstand van een product, des te groter de weerstand voor het doorlaten van waterdamp. Een ademend product heeft een zwakke verdampingsweerstand. Verdeeld in 4 klassen (van 1 tot 4) van het minst ademend naar het meest
ademend.
| Dampweerstand Ret Klasse | Klasse | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |
| M2 - Pa w | Ret > 40 | 25 < Ret > 40 | 15 < Ret > 25 | Ret < 15 |
WATERDOORLAATBAARHEIDSWEERSTAND (WP) IN PASCAL :
Meet de waterdoorlaatbaarheidsweerstand van het buitenmateriaal en de naden onder een waterdruk van (980+/-50) Pa/mm.
Verdeeld in 4 niveaus (1 tot 4) van het minst waterdoorlatend naar het meest waterdoorlatend.
| Waterdoorlaatbaarheidsweerstand WP |
Klasse | |||
| 1 | 2 | 3 | 4 | |
|
Te testen specimen : Materiaal zonde voorbehandeling Materiaal na elke |
WP > 8 000 Pa- | -WP > 8 000 Pa | -WP > 13 000 Pa | - WP > 20 000 Pa |
| Stikkingen zonder voorbehandeling | WP > 8 000 Pa | WP > 8 000 Pa | WP > 13 000 Pa | - |
| Stikkingen na behandeling door reiniging | - | - | - | WP > 20 000 Pa |
WATERKOLOM TEST :
| Lengte van de infiltratie op de mouwen en de voering | Max 5 cm |
| Lengte van de infiltratie op de voering van de broek | Max 10 cm |
| Longueur de mèche sur les ourlets de capuche | Max 4 cm |
| KLASSE 3 | 0 cm² |
Eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding waarvan de verbindingselementen tussen de verschillende onderdelen van het kledingstuk vloeistofdicht (type 3) of neveldicht (type 4), zijn, alsook voor kledingstukken die slechts bepaalde delen van het lichaam beschermen (Types PB [3] en PB [4]).
Deze norm definieert de minimale eisen die gelden voor de volgende chemisch beschermende kledingstukken met beperkt gebruik of opnieuw te gebruiken:
- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van vloeistofdichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 3: vloeistofdichte kledingstukken) ;
- Kledingstukken die het volledige lichaam beschermen voorzien van neveldichte verbindingen tussen de verschillende kledingonderdelen (Type 4: neveldichte kledingstukken) ;
| NORMEN | TYPE | CHEMISCHE BESCHERMING |
| EN13034 | 6 | Tegen spatten |
| EN ISO 13982-1 | 5 | Tegen stofdeeltjes (asbest) |
| EN14605 | 4 | Tegen nevels |
| EN14605 | 3 | Tegen stralen |
| TESTS | |||||
| Algemene prestatie | Tests & specifieke prestaties |
Type beschermende kleding |
|||
| 3a | 4a | 5 | 6a | ||
| Prestatie-eisen voor de volledige kleding |
Binnendruk | - | - | - | - |
| Lek naar binnen | - | - | X | - | |
| Doordringen van een vloeistofstraal | X | - | - | - | |
| Doordringen van een nevel (verstuivingen van vloeistoffen) | - | X | - | - | |
| Tegen vaste deeltjes | - | - | X | - | |
| Doordringen van een nevel (lichte verstuivingen) | - | - | - | X | |
| Performantie eisen voor stikkingen en verbindingen |
Mechanische weerstand | X | X | X | X |
| Weerstand tegen het doordringen en binnendringen van vloeistoffen. | X | X | - | - | |
| Prestatie-eisen voor de materialen waaruit de kleding bestaat |
Schuren / Scheuren / Perforeren | X | X | X | X |
| Trekbestendigheid | X | X | - | X | |
| Bestendigheid tegen barsten door buiging | X | X | X | - | |
| Bestendigheid tegen barsten door buiging bij -30ºC |
X optioneel |
X optioneel |
- | - | |
| Bestendigheid tegen doordringen | X | X | - | - | |
| Bestendigheid tegen doordringen | - | - | - | X | |
| Waterafstotend | - | - | - | X | |
a - Wanneer de beschermende uitrusting slechts bepaalde delen van het lichaam bedekt (torso, armen, benen), dan zijn de performantie-eisen van het materiaal enkel daar van toepassing (type 6.4 en 3).
BESCHERMENDE KLEDING - BESCHERMING GEBRUIKT TIJDENS LASSEN EN AANVERWANTE TECHNIEKEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen van beschermende kleding bestemd voor las- en aanverwante werkzaamheden die gelijke risico’s met zich meebrengen.
Dit type beschermende kleding heeft tot doel de persoon die ze draagt te beschermen tegen beperkte gesmolten metaalspatten, kort contact met een vlam en tegen uv-stralen. Zij is bestemd om gedragen te worden bij omgevingstemperatuur, gedurende een constante periode tot 8 uur.
| KLASSE 1 | Bescherming tegen normale risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met normale lasprojecties en normale stralingswarmte. |
| KLASSE 2 | Bescherming tegen hoge risico’s bij het lassen meer in het bijzonder in situaties met hevige lasprojecties en hoge stralingswarmtes. |
| MAIVE2 | |
| EN ISO 11611 | |
|
A, A2 |
|
| Test | Code | Performances |
|---|---|---|
| Limited flame spread | A | A1 and/or A2 |
| Molten metal splash | E | E1 to E3 |
Algemene eisen met betrekking tot oog- en gezichtsbescherming voor professioneel gebruik.
| BETEKENIS VAN DE SYMBOLEN - EN166: | BETEKENIS VAN DE SYMBOLEN – EN ISO 16321-1 : |
|---|---|
| 1: Optische klasse die aangeeft dat de bril permanent kan gedragen worden | 1: Optische klasse die permanent dragen van de bril toelaat |
| S: Versterkte stevigheid : Kogel diameter 22 mm, projectiesnelheid van 5,1 m/s (18.36 km/u). | |
| F: Inslag met lage energie : Kogel diameter 6 mm, projectiesnelheid van 45 m/s (162 km/u). | C: Impact gemiddelde energie (45 m/s) |
| D: Impact middelhoge energie (maskers) (80 m/s) | |
| B: Inslag met middelmatige energie : Kogel diameter 6 mm, projectiesnelheid van 120 m/s (432 km/u). | E: Impact hoge energie (vizieren en maskers) (120 m/s) |
| A: Inslag met hoge energie : Kogel met diameter 6 mm, projectiesnelheid 190 m/s (684 km/u). | |
| HM: Impact hoge massa (optioneel) | |
| 3: Bestand tegen vloeistoffen (druppeltjes en projecties). | 3: Bestendigheid tegen vloeistoffen (druppels & spatten) |
| 4: Bestand tegen grote stofdeeltjes (grootte > 5 micron). | 4: Bestendigheid tegen grove stofdeeltjes (grootte > 5 micron) |
| 5: Bestand tegen gassen en fijne stofdeeltjes (grootte < 5 micron). | 5: Bestendigheid tegen gassen en fijne stofdeeltjes (grootte < 5 micron) |
| 6: Bestendigheid tegen vloeistofstralen | |
| 7: Bestendigheid tegen warmtestraling | |
| 8: Bestand tegen elektrische boog door kortsluiting. | |
| 9: Resistance to splashes of molten metal and penetration of hot solids. | 9: Bestendigheid tegen gesmolten metaal en hete vaste deeltjes |
| T: (F - B - A) Aan grote snelheid geprojecteerde deeltjes, met extreme temperaturen - 5°C / + 55°C. | T: (C-E-D-HM) Mechanische weerstand bij extreme temperaturen -5°C / +55°C |
| N: Weerstand tegen aandampen van lenzen. | N: Bestendigheid tegen aandampen van de lenzen |
| K: Weerstand tegen afslijten van oppervlakten door fijne deeltjes (anti kras). | K: Bestendigheid tegen beschadiging van de oppervlakken door fijne deeltjes (anti-kras) |
> Lees ons artikel Oogbescherming: een nieuwe, strengere internationale norm, EN ISO 16321
Eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding, die een bescherming biedt beperkt tot vloeibare chemicaliën
(beschermingsmiddelen type 6) alsook voor kledingstukken die alleen bepaalde lichaamsdelen beschermen (type PB [6]).
Deze norm definieert de minimale eisen met betrekking tot chemisch beschermende kleding voor beperkt gebruik opnieuw te gebruiken kleding met een beperkte bescherming. Chemisch beschermende kleding met beperkt gebruik is ontwikkeld om gebruikt te worden in geval van een waarschijnlijke blootstelling aan lichte verstuivingen, vloeibare sprays of sprays bij lage druk, lichte spatten, waartegen een totale afscherming tegen doordringen van vloeistoffen (op moleculair niveau) niet nodig is.