#

Normen en richtlijnen

Wij zijn actief op een gereguleerde wereldmarkt in vele landen. Als gevolg daarvan moeten wij rekening houden met normeringen die per land of regio sterk kunnen verschillen.
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.
#
#

Normen en richtlijnen

Alle informatie over de geldende normen

Filter
Standards

EN421 TEGEN DE GEVAREN VAN IONISERENDE STRALEN EN RADIOACTIEVE VERVUILING

Deze norm legt de eisen vast voor de veiligheidshandschoenen gebruikt in omgevingen met risico op ioniserende straling of omgevingen met radioactieve stoffen.

Een handschoen die beschermt tegen radioactieve vervuiling moet vloeistofdicht zijn volgens de norm EN374-2.

Een handschoen die beschermt tegen ioniserende straling moet, naast het vloeistofdicht zijn volgens EN374-2, ook nog een bepaalde hoeveelheid zware metalen bevatten zoals lood.

EN 175

Specificaties van veiligheidsvereisten voor beschermingsuitrustingen voor ogen en gezicht bij het lassen en aanverwante technieken (monturen/filterhouders).

EN362 VERBINDINGSMIDDELEN

Verbindingselement of element deel uitmakend van een systeem. Een verbindingselement kan een karabijnhaak zijn of een haak.
Classe A: Verankeringsconnector, met automatische sluiting, gebruikt als component en ontworpen om direct aan een specifiek
verankeringssysteem bevestigd te worden.
Classe B: Basisconnector met automatische sluiting, gebruikt als component.
Classe M: Basisconnector voor meervoudig gebruik, met schakelsluiting, gebruikt als component, kan belast worden afhankelijk
van de grote of de kleine as.
Classe Q: Connector met schakelsluiting, gebruikt voor permanente of lange termijn toepassingen, karabijnhaak met schroef. Als
dit deel eenmaal vast geschroefd is, wordt het een dragend deel van de connector.
Classe T: Connector met afgewerkt uiteinde, met automatische sluiting, ontworpen als element van een subsysteem voor het
zodanig bevestigen dat de druk in een vooraf bepaalde richting wordt uitgevoerd..

EN355 ENERGIE ABSORBERS

Onderdeel van een valstopsysteem, die de valstop in alle veiligheid garandeert, door de kracht van de schok te verminderen.
OPGELET : wanneer een leeflijn wordt gebruikt bij een energie-absorber mag de totale lengte van het geheel niet meer zijn dan 2 m.

EN363

Beschrijft de artikelen en de situaties voor individuele bescherming tegen valrisico’s.

EN795 2012 VERANKERINGSMIDDELEN

Element waaraan een valbeveiligingssysteem kan worden vastgemaakt. (Norm die op dit moment wordt aangepast).
TYPE A - GEEN PBM: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar een structurele verankering voor nodig is.
Type B: Verankeringssysteem met één of meerdere vaste ankerpunten waar geen structurele verankering voor nodig is.
Type C - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een flexibele ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type D - GEEN PBM: Verankeringssysteem dat een starre ankerlijn gebruikt met een maximale afwijking van 15°.
Type E: Verankeringssysteem voor oppervlakken met een helling tot maximaal 5°.

EN364 TESTMETHODEN

Beschrijft de toestellen en de testmethodes voor PBM tegen valrisico’s.

EN353-1 MOBIELE VALBEVEILIGING OP EEN VASTE LEEFLIJN

Systeem samengesteld uit een mobiele en automatische valstop vast op zijn support (rail of kabel). Een schokabsorber kan in het geheel zijn ingewerkt.

EN353-2 VERPLAATSBARE VALBESCHERMING OP FLEXIBELE LEVENSLIJN

Systeem bestaande uit een verplaatsbaar valstopapparaat met zelfremmende werking vast aan zijn flexibele levenslijn (touw, kabel…). Een energieverdelingselement kan worden ingewerkt in het geheel.

EN365 ALGEMENE VEREISTEN VOOR DE GEBRUIKSAANWIJZING EN HET MARKEREN

Beschrijft de markeringen en de informaties (gebruiksaanwijzing) op of bij de PBM tegen valrisico’s.

EN ISO 374-1 GEVAREN VAN MICROORGANISMEN EN CHEMISCHE RISICO’S

Norm EN ISO374-1 gaat over de eisen voor veiligheidshandschoenen die dienen om de gebruiker te beschermen tegen gevaarlijke chemische producten.

Doordringbaarheid (getest volgens de norm EN374-2): Verspreiding, op niet-moleculair niveau, van een chemische stof en/ of een microorganisme via de poriën, naden, microgaatjes of andere imperfecties die voorkomen in het materiaal van de veiligheidshandschoenen.

Degradatie (getest volgens norm EN374-4) : Bepaling van de fysieke bestendigheid van de materialen tegen degradatie na permanent contact met gevaarlijke, chemische producten.

Doorlaatbaarheid (getest volgens de norm EN374-3 of EN16523): Proces via welk een chemisch product zich op moleculair niveau kan verspreiden door het materiaal van veiligheidshandschoenen heen via continu contact.

De EN ISO versie van norm EN374-1, introduceert beschermingstype 3 tegen doorlaatbaarheid van chemische producten:

- Type A: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor zes testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

- Type B: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 2 voor drie testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

- Type C: De handschoen wordt beschouwd als bestand tegen chemicaliën als zij een prestatieindex voor doorlaatbaarheid krijgen van tenminste 1 voor 1 testchemicaliën uit de lijst met chemicaliën bepaald in de norm.

 

LETTER

CODE

CHEMICAL PRODUCT N°CAS
A Methanol 67-56-1
B Acetone 67-64-1
C Acetonitrile 75-05-8
D Dichloromethane 75-09-2
E Carbon disulfide 75-15-0
F Toluene 108-88-3
G Diethylamine 109-89-7
H Tetrahydrofurane 109-99-9
I Ethyl acetate 141-78-6
J n-Heptane 142-82-5
K Caustic soda 40 % (NaOH or sodium hydroxide) 1310-73-2
L Sulphuric acid 96 % 7664-93-9
M Nitric acid 65% 7697-37-2
N Acetic acid 99% 64-19-7
O Ammonium hydroxide 25% 1336-21-6
P Hydrogen peroxide 30% 7722-84-1
S Hydrofluoric acid 40% 7664-39-3
T Formaldehyde 37% 50-00-0

 

PASSAGE TIME MEASURED (MN) PERFORMANCE INDEX TO
PERMEATION
> 10 mn 1
> 30 mn 2
> 60 mn 3
> 120 mn 4
> 240 mn 5
> 480 mn 6

 

 

EN407 THERMISCHE RISICO’S - HITTE EN VUUR

Norm EN407 bepaalt de testmethoden, de algemene vereisten, de thermische prestatieniveaus en de markering van beschermingshandschoenen en hun manchet tegen hitte en/of vuur. De norm is van toepassing op alle handschoenen die handen moeten beschermen tegen hitte en/ of vlammen in de volgende vorm(en) : vuur, contactwarmte, convectiewarmte, stralingswarmte, kleine hoeveelheden spetters van gesmolten metaal of grote hoeveelheden spetters van smeltend metaal.

 

Indien het product weerstand biedt tegen ontvlambaarheid, zal bij het product het volgende pictogram vermeld worden                                                                                                          


Als er geen weerstand is tegen ontvlambaarheid (0 of X), dan vermelden we het pictogram      

 

PERFORMANCE LEVEL CONTACT
TEMPERATURE °C
THRESHOLD TIME
(second)
1 100° C  ≥ 15 s
2 250° C  ≥ 15 s
3 350° C  ≥ 15 s
4 500° C  ≥ 15 s