
Normen en richtlijnen
Het gemeenschappelijke doel van onze productmanagers en diensten is het
aanbieden van betrouwbare, duurzame en hoogwaardige producten die voldoen aan de voorschriften en/of normen van elke regio waar ze worden gebruikt.



Deze norm betreft de testmethoden voor de bestendigheid tegen stoten, reinigingsmiddelen en desinfectiemiddelen, temperatuur, open vuur en ademhalingsweerstand.
De EU verordening 2016/425 legt de eisen vast voor de ontwikkeling en de vervaardiging van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) teneinde deze op de markt te brengen met als doel de gezondheid
en de veiligheid van eindgebruikers te garanderen. Fabrikanten die conform deze eisen van de verordening producten vermarkten, mogen dan ook de CE markering op hun PBMs aanbrengen. Deze EUverordening
2016/425 vervangt sinds 21/4/2018 de EEG-richtlijn 89/686.
Inslag *: kracht die wordt overgebracht aan het hoofd van de pop mag niet groter zijn dan 5 kN bij de val van een voorwerp van 5 kg vanaf 1 m hoogte. De energie als het voorwerp bij de test op de helm valt, bereikt 49 J.
Doordringbaarheid*: de punt van de massa die bij de test wordt gebruikt (3 kg op 1 m) mag niet in contact komen met de schedel.
Brandbaarheid: de helm mag niet meer dan 5 s branden met uitstraling van vlammen na het terugtrekken van de vlam.
* De inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +50°C en -10°C.
Bij extreme temperaturen: de inslag- en doordringbaarheidstesten zijn uitgevoerd bij een omgevingstemperatuur van +150°C en -20°C of -30°C. Beschermt tegen een toevallig contact van korte duur met een geleider van elektriciteit onder spanning die 440 VAC kan bereiken. Beschermt tegen laterale compressie. De laterale compressie van de helm moet ≤ 40 mm zijn Bestendigheid tegen het spatten van gesmolten metaal.
Het doel van de normalisering is om testmethodes uit te werken en eisen te stellen onder de vorm van normen die de technische specificaties van de produkten definiëren. Bepaalde van deze normen,
hoofdzakelijk verwijzend naar producteisen, zijn geharmoniseerd in de EU Verordening 2016/425. Het respecteren van deze geharmoniseerde normen geeft blijk van conformiteit aan de eisen van de EU
Verordening 2016/425.
Aanbevelingen over selectie, gebruik, onderhoud en voorzorgsmaatregelen.
EN352 : Veiligheidseisen en testmethoden.
• EN352-1 : Gehoorkappen.
• EN352-2 : Oordoppen.
• EN352-3 : Aan werfhelmen bevestigde gehoorkappen.
• EN352-4 : Gehoorkappen met demping naar gelang het niveau.
• EN352-6 : De gehoorkappen met audio-ingang.
• EN352-8 : De gehoorkappen met audio-ingang (ontspanning). Deze normen leggen de eisen vast wat betreft de bouw, het ontwerp en de prestaties en de testmethoden. Ze schrijven voor hoe technische informatie ter beschikking moet worden gesteld.
isolerende helmen voor gebruik bij laagspanningsinstallaties
VERPLICHT
Elektrisch isolerende helmen voor gebruik op of dicht bij installaties onder spanning die niet groter is dan 1000 VAC of 1500 VDC (elektrische klasse 0). Als deze helmen gebruikt worden samen met andere beschermingsmiddelen die elektrisch isolerend zijn, vermijden ze dat gevaarlijke stroom het hoofd van mensen bereikt. Deze facultatieve tests voor elektrische isolatie zijn strenger dan die van de norm EN397 en ze vullen deze testen aan. (markering van de 2 driehoeken klasse 0).
BESCHERMENDE KLEDING VOOR HITTE EN VLAMMEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen van de materialen en kleding die tegen hitte en vlammen beschermen. Ze zijn van toepassing op de kledingstukken die van soepele materialen zijn gemaakt en die ontworpen zijn om het menselijk lichaam, met uitzondering van de handen, te beschermen tegen hitte en/of vlammen.
Zijn getest :
| PROEF | Code | PERFORMANTIES |
| Beperkte vlamverspreiding | A | A1 en/of A2 |
| Convectiewarmte | B | B1 tot B3 |
| Stralingswarmte | C | C1 tot C4 |
| Spatten van gesmolten aluminium | D | D1 tot D3 |
| Spatten van gesmolten smeedijzer | E | E1 tot E3 |
| Contactwarmte | F | F1 tot F3 |
| MAIVE2 | |
| EN ISO 11612 | |
|
A1 A2 B1 C1 E3 F1 |
|
Beschermkledij van C1 niveau is geschikt voor een relatief laag risico. Deze biedt een minimale bescherming en is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met hoge concentraties. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.
Beschermkledij van C2 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij niveaus waar een hogere concentratie ervoor zorgt dat een C1 niveau niet meer voldoende beschermt. Deze kledij zorgt meestal nog voor een goed evenwicht tussen bescherming en werkcomfort. Deze kledij is niet geschikt voor het samenstellen van pesticides met een hoge concentratie. De kledij kan wel als basis gebruikt worden in combinatie met andere beschermingen wanneer een hoger risico zich voordoet.
Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is te gebruiken bij een hoog risico. Deze pakken van niveau C3 vereisen een aantal voorzorgsmaatregelen, zoals een beperkte gebruiksduur, omdat bij lang gebruik een risico ontstaat van verhitting, uitputting en thermische stress. Beschermkledij van C3 niveau, inclusief kledij die het lichaam slechts gedeeltelijk beschermt, is geschikt voor werken met verdunde pesticides alsook geconcentreerde pesticides.
Het is noodzakelijk het risico te evalueren op basis van de toxiteit van het fytosanitair product (zie de bijsluiter bij het product) in combinatie met de blootstellingsgraad van de gebruiker. Bijvoorbeeld : het is al snel duidelijk dat het risico veel groter is bij een verspreiding in de lucht vanuit de aanhanger van een tractor met open cabine dan wanneer de operator werkt met een manuele verstuiver en gericht kan verstuiven.
BESCHERMENDE KLEDING TEGEN KOUDE KLIMATEN
Deze norm definieert de prestatie-eisen en testmethodes van kledingartikelen (vesten, jacks, jassen, broeken).
Deze kledingstukken worden gebruikt bij matige koude (-5°C en meer) ter bescherming tegen plaatselijke afkoeling van de huid en niet alleen voor buitenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de bouw, maar zij kunnen ook gebruikt worden voor binnenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld in de levensmiddelenindustrie. Het is in deze gevallen niet altijd noodzakelijk dat de kleding van waterdichte of waterafstotende stof gemaakt is.
De overeenkomstige eis is daarom optioneel in de huidige norm.
X : Thermische weerstandsklasse, Rct
X : Luchtdoorlaatbaarheidsklasse, AP
X : /cler van het kledingartikel (Optioneel)
X : Van het kledingartikel (Optioneel) WP (Optioneel)
| ALASKA3 | |
|---|---|
|
|
EN14058 |
|
2 2 0,221 m². K/W X |
|
| Isolatie I cler M².K/W |
Gebruiker rechtstaand, zich niet verplaatsend, 75 W/m² | |||
| Air speed | ||||
| 0.4 m/s | 3 m/s | |||
| 8h | 1h | 8h | 1h | |
| 0.170 | 21 | 9 | 24 | 15 |
| 0.265 | 13 | 0 | 19 | 7 |
| 0.310 | 10 | -4 | 17 | 3 |
UITRUSTING VOOR BETERE ZICHTBAARHEID BIJ SITUATIES MET GEMIDDELD RISICO
Deze norm legt de eisen vast voor uitrustingen die de zichtbaarheid van de gebruiker verhogen en die kunnen bestaan uit kledij of andere mechanismes die ervoor zorgen dat de aanwezigheid van de eindgebruiker visueel versterkt wordt.
Toepassingen zijn bij laag en gemiddeld risico in alle gevallen met daglicht en/of bij verlichting door autolichten of andere verlichtingen in duisternis. Deze norm geldt niet voor high visibility uitrustingen in situaties met hoog risico die door de EN ISO 20471 gedekt zijn.
| TYPE A | TYPE B | TYPE AB |
|
Dag |
Duister |
Daglicht, schemerlicht en |
| Uitrustingen die een reflecterend materiaal gebruiken. |
Uitrustingen die een retroreflecterend materiaal gebruiken. |
Uitrustingen die een reflecterend en een retroreflecterend materiaal gebruiken of een combinatie van beide. |
| B1 (vrij hangend) | ||
| B2 (op de ledematen) | AB2 | |
| B3 (op lichaam of op lichaam en ledematen) | AB3 |
Minimale oppervlakte in m² voor type B1 en B2 :
| B1 | B2 | |
| Reflecterend materiaal | 0,003 | 0,018 |
Minimale oppervlakte in m² voor type A, B3 en AB :
| A | B3 | AB | A | B3 | AB | |
| Grootte h van de gebruiker | h < 140 cm | h > 140 cm | ||||
| Reflecterend materiaal | 0,14 | - | 0,14 | 0,24 | - | 0,24 |
| Retroreflecterend materiaal | - | 0,06 | 0,06 | - | 0,08 | 0,08 |
| Gecombineerd materiaal | - | - | 0,14 | - | - | 0,24 |
Deze norm bepaalt de eisen en testmethodes van niet geventileerde beschermende kleding tegen radioactieve besmetting in de vorm van deeltjes.
Kleding van dit type wordt ontworpen om alleen het lichaam en de armen en benen van de drager te beschermen, maar kunnen worden gebruikt met accessoires die andere delen van het lichaam van de drager beschermen (bijvoorbeeld laarzen, handschoenen, ademhalingsbeschermingsapparatuur).
De kleding wordt geklasseerd volgens haar nominale beschermingsfactor (verhouding tussen de concentratie van testdeeltjes in de atmosfeer en de concentratie van testdeeltjes binnen de kleding), meer bepaald de totale doorlaatbaarheid naar binnen (verband tussen concentraties van test deeltjes binnen de kleding en binnen de testkamer).
De volgende klassen worden onderscheiden:
| KLASSE | NOMINALE BESCHERMINGSFACTOR |
| 3 | 500 |
| 2 | 50 |
| 1 | 5 |